Grenzeloos etappe Nieuw Schoonebeek - Ter Apel
‘Die zeepjes lopen het best’, zegt de verkoopster, terwijl ze
wijst naar een stapel met Ot en Sien-afbeeldingen. De hele dag zit
ze in een oud huisje midden in het Veenmuseum bij het Drentse
Barger-Compascuum geparfumeerde plakken te maken. Allerlei
flinterdunne afbeeldingen worden er op geplakt; van Pokemon-figuurtjes tot
Jip en Janneke-plaatjes.
Dat Ot en Sien het best verkopen is geen wonder, want dat is het soort
nostalgie waar de bezoekers van dit park naar op zoek zijn. Het beeld van
een gemoedelijke, gezellige tijd, waarin iedereen elkaar kende en hielp in
tijden van nood. De jaren waarin ambachtelijke producten nog echt met de
hand gemaakt werden. Opmerkelijk is dan ook dat er nauwelijks aandacht is
voor de ontbering, de armoede en de lange dagen van hard werken in de
Nederlandse veenkoloniën. Geen grote verhalen over het belang van
het ‘bruine goud’ en over hoe de aanleg van de Drentse hoofdvaart het
leven hier in een andere versnelling bracht. Het accent in dit
openluchtmuseum ligt op vermaak en niet zozeer op informeren.
Die stelling wordt onderstreept door de meest recente uitbreiding. Sinds
vorig seizoen maakt de grote gele woon-klomp van tekenfilm-eend Alfred
Jodocus Kwak deel uit van het park vlak aan de grens met Duitsland.
Behoudens de naam van de geestelijk vader, Herman van Veen, is er absoluut
geen enkel verband te vinden met het Veenmuseum. Het lijkt een poging
jeugdig publiek te trekken. De klomp op zich is echter in vijf minuten
bekeken en zal - aangezien Jodocus Kwak nauwelijks meer op het beeldscherm
verschijnt - snel aan populariteit verliezen. Het Kwak-huis staat in een
deel dat Waterland genoemd wordt, wat verder alleen een kindertrimbaan
door het bos omvat. Hoewel Jodocus nadrukkelijk voorkomt op alle
reclame-uitingen van het museum is de Van Veen-creatie, waarvan het
vrolijk gezang uit de in de bosjes verstopte luidsprekers klinkt, maar een
vreemde eend in de bijt.
De geschiedenis van het Veenmuseum begint in 1966 toen ter gelegenheid van
het 100-jarig bestaan van Barger-Compascuum in een klein bosperceel een
oud veendorpje werd nagebouwd. Toenmalig Commissaris van de Konigin,
Gaarlandt, was zo enthousiast bij de opening, dat hij uitriep "Dit
moet blijven bestaan!". En hij heeft daar ook daadwerkelijk zijn
medewerking aan verleend.
In de loop der jaren is op het terrein van 160 hectare een dorp nagebouwd.
Het is er neergezet alsof het er altijd al zo gestaan heeft, compleet met
molen, kerk, dorpscafë en school, maar tot dertig jaar geleden was dit
gewoon weiland. De gebouwtjes zijn her en der opgekocht, afgebroken en
hier weer neergezet. In alle twintig huisjes mag je als bezoeker
rondsnuffelen. Vandaag is dat niet alleen leuk, maar ook handig, aangezien
op de dag van ons bezoek het wispelturige weer van de zomer van 2000 zich
doet gelden. Bij tijd en wijle komt de regen werkelijk weer met bakken uit
de hemel vallen. Ondanks de vele schuiloorden regenen we tot tweemaal toe
flink nat. Dat is ook de reden dat van het oorspronkelijke voornemen
om te gaan wandelen in het naastgelegen 120 hectare veengebied niets
terechtkomt.
De kinderen vinden de oude ambachten en winkeltjes het leukst. De
bakkerij, waar je zelf kunt zien (en vooral ruiken!) hoe krentenbroden de
oven ingeschoven worden. En de koeken met echte veenbessen laten zich goed
smaken. Daar tegenover is de molen bezig met het malen van het meel dat
daar voor nodig is. En een ander proces dat geboeid gevolgd wordt is het
hakken van klompen uit een stuk hout. Andere toppers zijn een rondrit met
een huifkar en een echte stoomtram. De dag eindigt met een echte
‘klapper’. Bij het bezoek aan de bij de ingang lonkende speeltuin
roetsjt een van de kinderen met een niet meer te stoppen noodgang uit een
glijbaan languit in een enorme plas. Nee, het is niet gefilmd…

Vreemde eend in de bijt: Jodocus Kwak |
Vlakbij de ingang treedt vaak een volksdansgroep
op. Wellicht hebben de beelden daarmee te maken.

De oude winkeltjes vinden de kinderen het
leukste.

In dit soort oude kroegen konden de veenwerkers
hun ellende vergeten.

Er is ook een kerkje verhuisd.

En een plaggenhut.

Er is zwaar klompenweer op komst...

Jodocus is niet thuis.

Afscheid met een nat pak. |