Etappe
Hoek van Holland – Den Haag
Kaartje
van dit gebied
Rijdend
over de dijk richting Hoek van Holland is het net alsof je je middenin een
zee bevindt. Een zee van glas. Links en rechts tuindersbedrijven. Om half
tien zondagmorgen is het nog stil in dit nijvere deel van Nederland.
Uitgezonderd een enkele jogger is er niemand op de weg.
In
een plaatsje dat smeekt om woordgrappen – “Heenweg” – schieten we
bijna ons doel voorbij. Het bordje naar het Staelduinse Bos staat vrij
achteloos in de berm. Hoewel keren op een dijk altijd een hachelijke
aangelegenheid is doen we het toch. Er staat al een auto op de
parkeerplaats bij deze eenzame 95 hectare natuur temidden van de
bebouwing. Met de vorst nog aan de bladeren en een opkomende zon lijken de
3,5 kilometer van een paaltjesroute aantrekkelijk. Het Staelduinse Bos
stamt al uit de vierde eeuw na Christus. Het was een zanderige heuvelrug
waarop vissers zich vestigden. Het informatiebord belooft egels, wezels,
salamanders en vleermuizen. Geen van die dieren laat zich zien. Wel schiet
er direct een fazant weg en die zie je tegenwoordig toch ook niet zoveel
meer buiten restaurants.
“Het
had niet veel gescheeld of je had hier tussen de geruite broeken
gelopen”, zegt boswachter Fred Spreen (41) lachend als hem bij een
toevallige ontmoeting gevraagd wordt naar de historie van het bos. “In
1972 waren er ver gevorderde plannen om hier een golfbaan aan te leggen,
maar dankzij de acties van de Vereniging Vrienden van het Staelduinse Bos
is dat voorkomen”. Spreen woont zelf vlak achter het informatiecentrum
d’Oude Koestal, waarin met name voor kinderen op een hele speelse manier
uitleg gegeven wordt over de dieren die hier leven.
Een
andere lokker, het Vleermuizen-infocentrum, blijkt te zijn gesloten.
“Gevolg van baldadigheid. Je begrijpt niet hoe ze het kapot krijgen,
maar er zijn afspraken met een aannemer gemaakt en dit voorjaar gaat het
weer open”. De vleermuizen, volgens de laatste telling ruim honderd,
hebben zich genesteld in de maar liefst veertig Duitse bunkers, die de
bezetter had laten aanleggen als onderdeel van de Atlantische
verdedigingslinie. Hoewel dat deel van het bos verboden gebied is voor het
publiek treft de boswachter er regelmatig lieden aan: “Laatst nog weer
eentje, compleet in gevechtstenue en met een zaklantaarn. Wilde ook de
bunkers in. We hebben de stalen deuren er uit gehaald en er tralies voor
gezet, zodat de vleermuizen vrij in en uit kunnen vliegen. Maar dan zijn
er altijd weer van die gasten die dat ijzerwerk open willen breken. De
bunkers oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Het lijkt wel
of ze denken er nog vier levende klaverjassende Duitsers aan te treffen
ofzo, terwijl het kale, kille ruimtes zijn”.
In
het oorlogsdorp, dat tot 1987 gebruikt is voor munitieopslag door het
Nederlandse leger, zijn zes verschillende soorten vleermuizen te vinden,
waaronder de baardvleermuis en de grootoorvleermuis.
Teruglopend
naar de auto moeten de nodige recreanten op het goede spoor gezet worden.
Meestal gaat het om mensen met loslopende honden (“De volgende keer is
het een prent van zes tientjes, hoor”). Na het middaguur begint het ook
duidelijk drukker te worden. Spreen bij het afscheid: “Dit is niks. Met
zo’n grote bevolkingsconcentratie in de buurt zijn er hier dagen dat er
4000 mensen door het bos lopen. Menig winkelier in de Kalverstraat zou dan
jaloers op mij zijn!”.
Vlak
achter het bos, maar met een omweg via Hoek van Holland te bereiken, ligt
een attractie van recentere datum: De Maeslant stormvloedkering. De
afronding van de Deltawerken en pas in 1997 in gebruik gesteld. Nadat er
zes verschillende modellen over de tafel zijn gegaan is deze gekozen: Twee
gigantische armen, die de Nieuwe Waterweg af kunnen sluiten in geval van
aanstormend zeewater. Volgens de folder is elke arm net zo lang als de
Parijse Eifeltoren, maar vier keer zo zwaar. In het naastgelegen
Keringhuis (toegang gratis) is een expositie te vinden over de oprichting
van Rijkswaterstaat in 1798 en wat er aan belangrijke feiten nadien
gebeurde. Er zijn een paar doe-dingen voor kinderen, waaronder een
maquette waarbij iedereen op afroep een storm kan veroorzaken. Toch zullen
de meeste mensen deze ruimten in twintig minuten bekeken hebben en
waarschijnlijk meer tijd doorbrengen in het restaurant met prachtig
uitzicht op de 980 miljoen gulden kostende ijzeren reus. Wellicht een
aardig uitstapje om met buitenlandse gasten naar toe te gaan. Dan maar
niet vertellen dat de armen maar eens per jaar dicht gaan, alleen maar om
proef te draaien. De verwachting is dat ze eens in de acht jaar hun nut
kunnen bewijzen, maar tot nu toe is het nog niet nodig geweest. Gelukkig
maar.
Terug
over de dijk naar huis. De zon schijnt vriendelijk in het glas van de
kassen. Aan de andere kant slingert zich een kilometerslange file. Het
lijkt wel of iedereen naar deze hoek van Holland wil!
Andere
attracties in deze buurt:
Het
Nederlands Kustverdedigingsmuseum, Stationsweg 82, Hoek van Holland, open
van mei tot en met november. Dit fort is meer dan honderd jaar oud.
Het
Westlands Museum voor Streek- en Tuinbouwhistorie, Middelbroekweg 154 in
Honselersdijk. Met historische tuin en reconstructie van een
tuinbouwbedrijf van omstreeks 1900.
Aanbevolen
link:
over
de stormvloedkering:
http://www.minvenw.nl/rws/dzh/svk/